(function(w,d,s,l,i){w[l]=w[l]||[];w[l].push({'gtm.start': new Date().getTime(),event:'gtm.js'});var f=d.getElementsByTagName(s)[0], j=d.createElement(s),dl=l!='dataLayer'?'&l='+l:'';j.async=true;j.src= 'https://www.googletagmanager.com/gtm.js?id='+i+dl;f.parentNode.insertBefore(j,f); })(window,document,'script','dataLayer','GTM-NN6VMBC');

21-11-2023

Lastenverhogingen bedreigen verduurzaming voedingsmiddelenindustrie

Cees-Jan Adema, directeur van FNLI, licht het onderzoek toe: "snel aan de slag". 

De voorgenomen verhoging van de belastingen en heffingen, uit de voorjaarsbesluitvorming Klimaat van het kabinet, zet een rem op de inspanningen van de voedingsmiddelenindustrie om verder te verduurzamen. Dit blijkt uit onderzoek verricht door KWA in opdracht van FNLI. Het laat de impact zien van deze lastenverhoging bij voedingsmiddelenfabrikanten, terwijl bedrijven al te maken hebben met uitvoeringsproblemen.

FNLI, als belangenorganisatie voor bedrijven in de Nederlandse voedingsmiddelensector, vertegenwoordigt een verzameling van 17 brancheverenigingen en zo'n 500 bedrijven.

Opeenstapeling van problemen

Voedingsmiddelenfabrikanten verduurzamen vooral door energiebesparing en elektrificatie van de warmtevraag. Bij het overstappen van aardgas naar elektriciteit hebben bedrijven te maken met het moeilijk verkrijgen van extra aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet en voldoende groene elektriciteit. Ook stijgen de netbeheerkosten de komende jaren fors en sluiten subsidie regelingen, zoals de SDE++, niet goed aan op de karakteristieken van de voedingsmiddelenindustrie. Alsof dat nog niet genoeg is, komen daar bovenop dus de extra voor genomen belastingen en heffingen.

Vooral de verhoogde energiebelasting

Het onderzoek onthult dat vooral de verhoogde energiebelasting op aardgas een bijzonder grote impact heeft. Daarentegen blijkt de verlaging van de energiebelasting op elektriciteit slechts beperkt verlichting te bieden.

De belastingen en heffingen rijzen voor de onderzochte bedrijven de komende jaren behoorlijk de pan uit. In één geval is er zelfs sprake van een stijging van maar liefst 642 procent richting 2030 ten opzichte van 2019. Dit heeft negatieve gevolgen voor de investeringsruimte van de bedrijven om de productieprocessen binnen de voedingsmiddelenindustrie te vergroenen. Eerder dit jaar werd met een dergelijk onderzoek bij NZO (Nederlandse Zuivel Organisatie) ook al een dergelijke conclusie getrokken.

Verduurzaming is maatwerk

Volgens KWA zijn er voor alle onderzochte bedrijven voldoende technieken beschikbaar om tegen 2030 de CO2-uitstoot aanzienlijk terug te dringen. Omdat elke voedingsmiddelenfabriek en haar omgeving weer anders is, heeft elke productielocatie een op maat gemaakt verduurzamingsplan nodig.

Zo worden fabrikanten van voedingsmiddelen met een relatief hoge temperatuurvraag in de processen – denk aan bakkerijen, zuivelproducenten en de aardappelverwerkende industrie – gedwongen om minder efficiënte technieken te gebruiken. Zonder subsidiemogelijkheden dat beter wordt afgestemd op de karakteristieken van de voedingsmiddelenindustrie is duurzaamheid financieel niet levensvatbaar voor deze groep.

Eerst uitvoeringsproblemen aanpakken 

KWA concludeert dat om de verduurzamingsplannen in de voedingsmiddelenindustrie te realiseren en de klimaatdoelstellingen te halen, de genoemde uitvoeringsproblemen eerst aangepakt moeten worden. Dit omvat vooral een betere afstemming van de verduurzamingsprojecten in de voedingsmiddelenindustrie op de SDE++subsidie, evenals het zorgen voor voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet en de infrastructuur.

-----------------------------------------------------------------------------

Cees-Jan Adema, directeur van FNLI, licht het onderzoek toe: "Snel aan de slag". 

“Voor ons is het heel belangrijk dat we op basis van het onderzoek feitelijk kunnen laten zien wat de consequenties van de voorgenomen plannen zijn. Deze plannen hebben effect op de concurrentiekracht van de levensmiddelensector. Maar ook op het boodschappenmandje van de consument, als bedrijven hun kosten moeten doorberekenen.

Cees-Jan Adema, directeur FNLI

Geen onderbuikgevoelens

Als belangenbehartiger laten we in de media en in de politiek zien welke consequenties de maatregelen kunnen hebben. Je ziet dat best vaak uitspraken op onderbuikgevoelens worden gedaan. Dat doen wij juist niet. Wij hebben KWA gevraagd onderzoek te doen onder onze leden om de consequenties van het overheidsbeleid feitelijk te onderbouwen.

KWA heeft een dwarsdoorsnede genomen uit ons ledenbestand en gedegen gekeken naar wat de belastingplannen betekenen voor hen. Je ziet dus dat de aangekondigde energiebelasting flinke consequenties hebben: de belasting kan met 300% tot een uitschieter van bijna 700% in één geval toenemen.

“Aanpak van KWA is robuust en betrouwbaar”

Er is door KWA ook gekeken naar de effectiviteit van de belastingmaatregelen. Denk daarbij aan fabrikanten die met hoge temperaturen moeten werken zoals bakkerijen en de zuivelindustrie. Je kunt niet zomaar die oven uitzetten of lager zetten. De omslag naar elektriciteit kan in sommige gevallen ‘niet uit’. Bedrijfstechnisch en financieel wordt het gewoon lastig.

Eerst de urgente problemen oplossen

FNLI is uiteraard niet tegen verduurzaming en elektrificatie. Maar we zien grote problemen vooral door de netcongestie. Een voorbeeld: ik was op bedrijfsbezoek en er was net een nieuwe bedrijfshal opgeleverd. Het proces is volledig geëlektrificeerd. Alleen jammer dat er een onvoorziene dieselaggregaat buiten stond te draaien, omdat er niet genoeg capaciteit is op het elektriciteitsnet.

Die problemen moeten echt eerst worden opgelost: netcongestie en verbetering van de infrastructuur. Het is niet fair om een soort strafkorting te krijgen door een nog hogere energiebelasting op aardgas, terwijl je wel duurzaam wil ondernemen, maar daarin gehinderd wordt.

Volop gaan investeren

Als we als Nederland klimaatneutraal willen zijn richting 2050, of eerder, moeten we volop investeren. Zorgen dat die infrastructuur op orde is. We denken ook aan innovatie, meer decentrale energieopwekking en zaken als onderling energie uitwisselen op bijvoorbeeld een bedrijventerrein. Ook decentrale opslag zou een optie kunnen zijn. In ieder geval: we moeten aan de slag en snel. Nu zitten stroomnet werken op slot en ook de vergunningverlening verloopt traag.

Ook de technische kennis bij KWA

FNLI werkt samen met organisaties als VNO-NCW en andere sectoren, en gaan in gesprek met de politiek om perspectief te krijgen. De aanpak van KWA bij dit onderzoek kenschetsen wij als robuust en betrouwbaar. Extra fijn is dat bij KWA ook de technische kennis aanwezig is over bijvoorbeeld de productieprocessen. Dankzij de betrouwbaarheid van het onderzoek gaan wij vol vertrouwen onze gesprekken in.” 

Bekijk ook:
KWA Symposium Koersvast Duurzaam Ondernemen

Wat is uw volgende stap richting duurzaam ondernemen? 

Geschreven door
Bas Oldenhof
Energietransitie

Tel.: 0334221341

E-mail: bo@kwa.nl

Berry de Jong
Procestechniek en Energie

Tel.: 0334221344

E-mail: bj@kwa.nl

Vorig bericht

31-10-2023

Isolatiescan helpt energie te besparen

Ontdek de warmtelekken in uw bedrijf. 

Gerelateerde dienst
Duurzaam ondernemen

Praktisch advies, support voor uw strategie, implementatie, projecten en rapportages.