Het zijn spannende tijden op het gebied van energiebesparing en emissiereductie. Met het Klimaatakkoord, de EU Green Dea...
11-01-2021
30-03-2026
Deze verplichting is extra relevant voor gebouwen met een bodemenergiesysteem.
Sinds 1 januari 2026 moeten utiliteitsgebouwen met een verwarmings- of koelsysteem van 290 kW of meer beschikken over een Gebouwautomatiserings- en Controlesysteem (GACS). In 2030 daalt deze grens naar 70 kW. Voor veel gebouwen met een bodemenergiesysteem (WKO of gesloten bodemenergie) is deze verplichting extra relevant. Juist deze systemen vragen om continue monitoring, sturing en analyse om het rendement, de energiebalans en de vergunningstechnische randvoorwaarden te borgen.
Wat betekent de GACS-verplichting specifiek voor gebouwen met bodemenergie? En welke rol speelt de installateur en hoe kan KWA daarbij ondersteunen?
Een GACS bewaakt, analyseert en optimaliseert alle technische installaties in een gebouw. In gebouwen met een bodemenergiesysteem gaat het nadrukkelijk niet alleen om comfortsturing, maar ook om:
Een GACS maakt prestaties continu inzichtelijk en stuurt installaties actief bij. Dat is essentieel voor bodemenergiesystemen, omdat fouten of suboptimale instellingen zich vaak pas na jaren manifesteren, terwijl de schade (energetisch én juridisch) dan al is ontstaan.
In gebouwen met bodemenergie stuurt een GACS onder andere aan:
Zonnepanelen, laadpalen en andere installaties vallen niet direct onder de GACS-verplichting, maar hebben wél invloed op het energetisch gedrag van het gebouw. In combinatie met een energiemanagement- systeem (EMS) kan het GACS duurzame bronnen slimmer inzetten, bijvoorbeeld door regeneratie van de bodem te sturen op momenten van PV-opwek.
Voor gebouwen met bodemenergie is het extra belangrijk wat een GACS minimaal kan:
Voor bodemenergie is monitoring dus niet alleen een comfort- of energievraagstuk, maar ook een randvoorwaarde voor duurzaam en vergunningstechnisch verantwoord gebruik.
De prestaties van GACS-systemen zijn vastgelegd in NEN-EN-ISO 52120-1. Deze norm is vertaald naar de praktijk in de Ontwerp- en controlerichtlijn voor GACS-bijdrage aan energieprestaties van gebouwen.
Voor gebouwen met bodemenergie betekent dit dat:
De verplichting is gekoppeld aan het totale opgestelde verwarmings- of koelvermogen van het gebouw, niet specifiek aan de broncapaciteit.
Veel utiliteitsgebouwen met bodemenergie vallen hier (nu of straks) onder, zoals:
De verplichting geldt voor nieuwbouw én bestaande bouw.
Voor installateurs verschuift de focus:
Bij bodemenergie betekent dit concreet:
De installateur krijgt hiermee een sterkere advies- en regierol, maar ook meer verantwoordelijkheid.
KWA ondersteunt installateurs en opdrachtgevers bij het integreren van bodemenergie en GACS tot één samenhangend systeem:
KWA borgt dat:
KWA helpt bij:
In de gebruiksfase ondersteunt KWA bij:
KWA is gecertificeerd conform BRL SIKB 11000 voor het ondergronds ontwerp van open en gesloten bodemenergiesystemen en ondersteunt bij:
De verlaging naar 70 kW in 2030 betekent dat veel meer bodemenergieprojecten met GACS te maken krijgen. Installateurs die dit integraal benaderen, samen met een specialist in bodemenergie, kunnen:
Bodemenergie en aquathermie zijn een duurzame methode voor koude- en warmtevoorziening van gebouwen en woonwijken. Voora...