Het zijn spannende tijden op het gebied van energiebesparing en emissiereductie. Met het Klimaatakkoord, de EU Green Dea...
11-01-2021
23-03-2026
Biocides zijn chemische of biologische middelen die schadelijke of ongewenste organismen zoals bacteriën, virussen, schimmels, insecten of ratten doden, of onschadelijk maken. Rondom biocides verandert nogal eens wat. KWA legt alles uit.
Biocides ondersteunen in veel productieprocessen, of het nu gaat om leidingen, oppervlakken of water vrij te houden van bacteriën, microbiologie of biofouling. Het houdt installaties schoon en beschermd de voedingsindustrie of koelwater tegen ongewenste bacteriën, legionella en microbiologische corrosie.
Het gebruik van biocides is zeer divers. Waarborging van hygiëne, productveiligheid en procesefficiency is vaak verbonden aan biocide-gebruik. Wijziging van toegestane middelen kan daarom impact hebben op uw bedrijfsvoering.
Vervangende producten moeten getest worden op dosering en verblijftijd, schoonmaakregimes moeten worden aangepast en de productie kan worden beïnvloed. Het is daarom belangrijk om tijdig in te spelen op het vervallen van een toelating van een biocide.
Biocides met een uitsluitend Nederlandse toelating van het Ctgb worden uitgefaseerd. De toelating en het toezicht op deze middelen verloopt namelijk steeds vaker via het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA).
De verschuiving van nationale naar Europese toelating komt door de Europese Biocidenverordening (BPR, Verordening (EU) 528/2012). Deze verordening heeft als doel biociden EU-breed te reguleren.
In de praktijk betekent dit dat bedrijven die een biocide op de markt willen brengen, een toelating via de centrale EU-procedure (bij ECHA) moeten aanvragen. Nationale toelatingen zijn alleen nog mogelijk als tijdelijke oplossing zolang de werkzame stof van het product nog in het EU-beoordelingsprogramma zit. Zodra een werkzame stof Europees is goedgekeurd, moet de nationale vergunning binnen de gestelde overgangstermijn worden omgezet naar een EU-toelating. Na deze overgangsperiode verliest de nationale toelating haar geldigheid.
Dit proces is in 2015 in gang gezet. Sinds kort werken diverse controlerende instanties efficiënter samen om op deze verschuiving toe te zien.
Parallel aan de veranderingen in de toelatingsprocedure hebben de Nederlandse toezichthoudende instanties hun samenwerking bij biociden-toezicht versterkt. 6 inspectiediensten, onder andere de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) hebben onlangs duidelijke afspraken vastgelegd over wie welke taken oppakt en hoe zij informatie delen.
Zo richt de ILT zich bijvoorbeeld op het gebruik van biocides in de industrie, terwijl de NVWA toeziet op toepassingen in de voedselketen en consumentenproducten. De Arbeidsinspectie controleert het veilig gebruik van biocides op de werkvloer.
Een belangrijk resultaat van de nieuwe afspraken is dat inspectiediensten informatie onderling uitwisselen en waar nodig gezamenlijk controles uitvoeren. Dit voorkomt dubbel werk en zorgt ervoor dat overtredingen – bijvoorbeeld het verkeerd toepassen van biocides of het gebruik van niet-toegelaten middelen – sneller aan het licht komen. Waar de bevoegdheden van toezichthouders elkaar overlappen, stemmen zij hun aanpak op elkaar af en ondersteunen ze elkaar.
Voor bedrijven in de industrie en (semi-)overheid betekent deze integrale aanpak dat het toezicht eenduidiger en efficiënter wordt. U weet beter waar u aan toe bent en welke instantie op uw situatie toeziet, terwijl onduidelijkheden of gaten in het toezicht worden weggenomen. Bovendien beloven de inspectiediensten de toezichtlast voor bedrijven zo veel mogelijk te beperken, zodat u niet onnodig dubbel gecontroleerd wordt.
Biocides mogen worden toegepast op basis van hun actieve bestanddelen, de leverancier hiervan en de toegestane specifieke toepassing waar het middel voor gebruikt mag worden, de zogenoemde uses. Het komt regelmatig voor dat een biocide erg geschikt is voor een andere toepassing. Als deze echter niet is getoetst voor de toelating, is dat gebruik dan niet toegestaan. Bekend voorbeeld is de inzet van waterstofperoxide (H2O2). H2O2 heeft wel een toelating voor reiniging in CIP-processen, maar niet voor continue dosering in koelwaterbehandeling. Daarentegen is het wel toegestaan om mee te reinigen wanneer een toren niet in gebruik is (via shockdosering).
Industriebreed is het van belang om tijdig op deze verandering in te spelen. Controleer of uw gebruikte middelen al over een geldige EU-toelating beschikken, of zoek samen met uw leverancier naar een oplossing. Zorg dat uw organisatie de middelen in kaart brengt die nu nog onder nationale toelating of overgangsrecht vallen, zodat tijdig de omschakeling gemaakt wordt naar middelen met Europese toelating.
KWA volgt de ontwikkelingen op het gebied van biocidenwetgeving en toezicht op de voet. Wij ondersteunen producenten in de chemie- en voedingsmiddelenindustrie bij het borgen van hun compliance en het voorbereiden op nieuwe eisen.
Heeft u vragen over wat deze veranderingen voor uw bedrijf betekenen? Neem dan gerust contact op met onze adviseurs, we helpen u graag op weg naar een toekomstbestendig biocidenbeleid.
De aandacht voor het beheersen van legionella-risico’s door het bedrijfsleven valt onder de zorgplicht en arbo-wet. KW...