KennisEnergieEnergie Benchmarking
De energie-efficiency van een productiebedrijf is uit te drukken in het specifieke energiegebruik, ofwel de hoeveelheid energie per productie-eenheid. Voorbeelden van dergelijke kengetallen zijn MJ per ton of per stuk. Het specifieke verbruik is vervolgens op te splitsen in MJ warmte of brandstof en MJ elektriciteit. Bedrijven kunnen deze getallen per week, maand of jaar opstellen en gaan volgen (eng. Trending). Efficiency-maatregelen zijn bedoeld om het kengetal te laten dalen, maar wat is het doel ervan en hoeveel daling is realistisch?
Bij deze vraag is benchmarking van belang: het bedrijf vergelijkt zijn energie-efficiency met dat van bedrijven met vergelijkbare producten of productieprocessen. Deze vergelijking geeft aan wat praktisch het minimale specifieke energiegebruik is, de best practice. Afwijking hiervan duidt op verspilling van energie en dat betekent dat er geld bespaard kan worden.
Het argument dat afwijkingen van de best practice veroorzaakt worden door verschillen in de productiewijze, wordt weerlegd door het toepassen van correctiefactoren. Deze factoren halen de verschillen in productiewijze weg, zodat vergelijkbare activiteiten ontstaan. Uiteraard moeten de correctiefactoren goed onderbouwd vastgesteld worden en alleen betrekking hebben op zaken die niet om reden van energie te wijzigen zijn. Voorbeelden van dergelijke factoren zijn lokale klimaatomstandigheden, marketingredenen, receptuur en milieu (geluid, geur).
KWA heeft verschillende rekentools ontwikkeld om energie - en water benchmarks uit te voeren. Een sterke referentie heeft KWA in de bierindustrie, waar wij om de vier jaar een wereldwijde energie - en water benchmark uitvoeren en waaraan circa 150 bedrijven deelnemen. Daarnaast heeft KWA de Energy Saver en Water Saver ontwikkeld en toegepast bij wereldwijd opererende concerns. Deze Savers benchmarken op procesniveau, dus zijn meer gedetailleerd in processen, gebouwen en utilities dan een totaalcijfer.




