Home Arbo

Arbo

Conceptwijzigingen praktijkrichtlijn voor het beoordelen van explosieveiligheid

Meer weten?
Photo Fokko van de Koppel
Fokko van de Koppel:
033 422 13 78
fk [at] kwa [dot] nl

De NPR 7910 is een veel gebruikte praktijkrichtlijn voor het in kaart brengen van explosiegevaarlijke gebieden. De praktijkrichtlijn stamt nog uit 2011 en is niet meer in lijn met de huidige basisnormen (IEC EN 60079-10). In 2018 wordt deze praktijkrichtlijn geactualiseerd. Hieronder alvast de belangrijkste wijzigingen uit het gepubliceerde concept.

Overkoepelende wijzigingen

Beoordeling van explosierisico’s

In paragraaf 4.5.2. (nieuwe paragraaf in de praktijkrichtlijn) staat aangegeven dat, volgend op de gevarenzone-indeling, een risicoanalyse kan worden uitgevoerd. Door middel van deze risicoanalyse kan, ten aanzien van het toe te passen materieel, onderbouwd worden gekozen voor bijvoorbeeld een lager of hoger beschermingsniveau.

Inert gebied (IG)

De term ‘inert gebied’ is nieuw in de praktijkrichtlijn. Een inert gebied is een gebied waar, door het verdringen van zuurstof, geen atmosferische condities meer heersen (tussen de 21 en 1 volume procent aan zuurstof). Deze term komt in verschillende paragrafen van de praktijkrichtlijn terug.

Arbeidshygiënische strategie

Om explosiegevaar te kunnen beheersen wordt een arbeidshygiënische strategie gebruikt. In paragraaf 5.2.1. is opgenomen in welke volgorde maatregelen overwogen moeten worden om explosiegevaar te voorkomen.

De arbeidshygiënische strategie is als volgt uitgewerkt:
  • Het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer of, wanneer dat gezien de aard van het werk niet mogelijk is
  • het vermijden van ontsteking van explosieve atmosferen, en
  • het beperken van de schadelijke gevolgen van een explosie, teneinde de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te verzekeren.

Kwalificatie van personeel

In paragraaf 5.2.4. zijn nieuwe richtlijnen met betrekking tot ‘kwalificatie van personeel’ opgenomen. Kwalificatie van personeel kan worden aangetoond door middel van een trainings- en beoordelingskader dat betrekking heeft op normen of gebruikerseisen. Ook wordt er voor kwalificatie van personeel een verwijzing gemaakt naar personeelscertificatieschema’s zoals aangegeven in de IECex 002.

Afwijkend gebied

In paragraaf 11 is opgenomen dat een afwijkend gebied (AG) niet mag grenzen aan een gevarenzone (dit is afkomstig uit de oude editie van de NPR 7910-1:2001).

Wijzigingen alleen van toepassing op een explosieve gasatmosfeer (NPR 7910-1)

Brandbare nevels

In paragraaf 4.8 zijn extra voorbeelden van brandbare nevels toegevoegd vanuit de 60079-10-1 en de ‘Energy Institute EI 15’. De eigenschappen van deze nevels zijn eveneens weergegeven.

Technisch dicht

In paragraaf 7.5.1. wordt het begrip ‘technisch dicht’ geïntroduceerd. Technisch dichte installaties worden niet als gevarenbron beschouwd en geven dus geen gevarenzone. Hier zitten wel aanvullende voorwaarden aan vast.

Installatiedelen zijn technisch dicht als door middel van geschikt periodiek dichtheidsonderzoek, lekdetectie of afleesinstrumenten, geen lek te onderscheiden is.

Kunstmatige plaatselijke ventilatie

In tabel 7 heeft een wijziging plaatsgevonden bij ‘kunstmatige plaatselijke ventilatie’ met ‘voldoende beschikbaarheid en voldoende capaciteit’. Hierbij wordt niet alleen het afzuiggebied als zone beschouwd, maar ook een gedeelte rondom dit afzuiggebied. De afmeting rondom dit afzuiggebied (1 meter,7 meter of anders bepaald) wordt bepaald aan de hand van de gevarenbron.

Effect van openingen

In paragraaf 10.3.4. (tabel 8) zijn nu ook de afstanden van de aanvullende zones bij verschillende ‘openingen’ beschreven. Het gaat hier om de openingen type A, B en C.

Werkzaamheden in ATEX-zones

Bij werkzaamheden in een ATEX-zone 2 dient nu een continue gascontrole/gasdetectie aanwezig te zijn (hier kan gemotiveerd van afgeweken worden).

Werkzaamheden in en/of aan geopende installaties

In deze nieuwe paragraaf (14.5.) wordt aan de hand van verschillende opties beschreven hoe explosiegevaar voorkomen dient te worden bij het werken in/aan geopende installaties.

Veilig werken in een explosieve gasatmosfeer

In deze nieuwe paragraaf (14.6.) wordt beschreven op welke wijze een werkvergunning kan worden ingezet om ontstekingsbronnen tijdelijk toe te passen in een ATEX-zone.

Wijzigingen alleen van toepassing op een explosieve stofatmosfeer (NPR 7910-2)

Geen gevarenbron

Dubbel uitgevoerde flexibele verbindingen of filterzakken die goed zijn ontworpen en worden onderhouden, worden niet aangemerkt als een gevarenbron. Dit omdat door goed ontwerp en (preventief) onderhoud de kans op vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar is. Dit is opgenomen in paragraaf 5.5.3.2.

Stoflagen

In paragraaf 5.7.2.2. zijn de gevolgen en gevaren van secundaire explosies, brand en stofwolken verder uitgewerkt.

Presentatie en rapportage van de zone-indeling

In paragraaf 7.1.1. worden verschillende punten benoemd die in de zone-indeling opgenomen moeten worden.

Het gaat hier om punten als:
  • relevante parameters over de brandbare stoffen
  • schatting/berekening aanwezige hoeveelheid brandbare stof
  • programma’s/procedures inzake schoon huishouden

Bijlage B ‘Bepalen afmetingen van de gevarenzone’

De berekening van de gevarenzone aan de hand van stuifgetallen is komen te vervallen.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over de NPR 7910-1&2 of over Explosieveiligheid / ATEX in het algemeen? Neem contact op met onderstaande adviseur.

Heeft u vragen? Neem contact op met onze expert(s) : Fokko van de Koppel BPM

Kennisgebied: Arbo

Geschreven op donderdag 12 april 2018 door Fokko van de Koppel BPM

Share Share |

Syndicate content